LM5 Capital · Internationale Fiscale Planning

Vastgoed privé, in de BV of lokaal entiteit?

Vakantiehuis · Beleggingspand · Bedrijfspand (TBS) — Privé, NL BV of lokale entiteit, per land doorgerekend v10 · fiscale parameters: NL 2026 (VA) / buitenland aug 2026
🏠 Wat voor vastgoed?
📍 Waar staat de woning?
STRUCTUREN:
Privé
Nederlandse BV
Ook lokale entiteit vergelijken
Rangschik op:
🏠 Woning
€
%
€ per jaar
€ per jaar
jaren
% — indexeert huur, kosten, OZB
% van de bruto huur wordt gerealiseerd
🏦 Financiering
€ — 0 = volledig eigen vermogen
% per jaar
jaar
💡 Rente is aftrekbaar bij: Box 3 werkelijk, buitenlandse netto-grondslagen, NL Vpb en lokale Vpb. Niet bij bruto-grondslag (IT cedolare). Financiering verhoogt het rendement op eigen vermogen (IRR) bij positieve marge.
🏛️ Lokale belastingen
€ per jaar
% op netto huurinkomsten
% op verkoopwinst (privé)
% — vennootschappelijke grondslag ≠ privé-huurtarief
% bij aankoop
€ eenmalig
% van verkoopprijs (makelaar etc.)
€ notaris, juridisch
% voor NCV
🧾 Privé — NL Box 3
%
% WOZ/jr bij werkelijk stelsel, naar rato dagen beschikbaar (2026: 5,06%; 2028-voorstel: 3,35%). Ándere correctie dan die in de NL BV.
Geavanceerde fiscale aannames
€ — vrijstelling pand = totaal − elders
€ spaargeld, beleggingen (NL)
€ overige schulden (NL)
ℹ️ Box 3-druk pand wordt marginaal toegerekend (mét − zónder pand). Overig vermogen benut heffingsvrij vermogen → hogere panddruk.
🇳🇱 Bij buitenlands vastgoed geldt de vrijstelling met progressievoorbehoud: NL heft effectief niet over het buitenlandse pand (aftrek elders belast). De lokale heffingen zijn dan bepalend.
🏢 Nederlandse BV
%
%
%
%
€
€ admin/accountant
'tot schijfgrens' benut elk jaar de lage schijf en houdt het meerdere in de BV — vaak fiscaal optimaal
% waarde/jr — zakelijke huurwaarde minus vergoeding; buitenlandse privégebruikcorrecties buiten scope
€/jr — verlaagt de correctie; telt overal als huurinkomst
Geavanceerde fiscale aannames
% per jaar — indicatief, verschilt per objecttype (alleen NL)
% — grond nooit afschrijven; sterk objectafhankelijk (app. 25–35%, hal 10–20%)
€ — NL Vpb: bodem = 100% WOZ
💡 Bij buitenlands vastgoed geldt in de Vpb de objectvrijstelling: buitenlandse vastgoedresultaten zijn vrijgesteld in NL. Lokale (bron)heffingen gelden wel. Box 2 bij dividenduitkering blijft van toepassing.
📐 Modelaannames: de Nederlandse BV houdt het vastgoed rechtstreeks; holdings, deelnemingsvrijstelling, CFC, ATAD en substance zijn niet meegenomen. Exit = asset deal. De volledige eigen inbreng wordt verondersteld als fiscaal erkend aandelenkapitaal/agio te zijn gestort; cash-tekorten leiden tot DGA-bijstortingen die de verkrijgingsprijs verhogen. Bronbelasting: volledige verrekening in NL; grondslag = uitkering − lokaal erkend gestort kapitaal. Verliezen worden modelmatig onbeperkt voorwaarts verrekend — óók met de fiscale verkoopwinst bij exit; landspecifieke beperkingen (termijnen, franchises) zijn niet meegenomen. Voor de buitenlandse vaste inrichting is aangenomen dat lokale verliezen verrekenbaar zijn met de lokale exitwinst.
🔒 Exit = asset deal (pand verkopen). Share-deal-simulatie (aandelen verkopen — art. 4 WBR, latente claims, deelnemingsvrijstelling) volgt in een toekomstige versie.
⚖️ Klik op Bereken.
🏆 Ranglijst structuren —
#StructuurFiscaal regimeNetto op inbrengNCVIRREff. druk
Eff. druk = totale belastingen / (Σ netto-huurinkomsten vóór belasting en financiering + belastbare verkoopwinst). Financieringslasten en aankoopkosten zitten niet in de noemer.
📊 Netto eindresultaat per structuur
📈 Cumulatieve belastingdruk over de looptijd
⏳ Break-even — welke structuur wint bij welke horizon?
🎛️ Gevoeligheidsanalyse — wat als?
ScenarioPrivéNL BVLokale entiteit
📅 Belasting en kasstromen per jaar
JaarWaarde Belasting privé Belasting NL BV Belasting lokaal RenteAflossing Restschuld Kasstroom privé
Lopende heffingen per jaar (incl. OZB; BV/lokaal incl. Box 2/bron bij jaarlijkse uitkering). Exit-heffingen staan in de structuurtabellen hieronder. Kasstroom privé = huur − kosten − belasting − rente − aflossing.
🧾 Privé
🏢 Nederlandse BV
📚 Fiscale achtergrond per land en structuur
Structuur 1 — Privé bezit›
NL vastgoed: Box 3 (forfaitair of werkelijk rendement). Geen KVB bij verkoop onder forfait; onder werkelijk stelsel is waardestijging jaarlijks belast (vermogensaanwas).

Buitenlands vastgoed: valt formeel in NL Box 3, maar het belastingverdrag geeft vrijstelling met progressievoorbehoud — effectief betaalt u in NL niets over het pand. De lokale belastingen zijn bepalend: lokale OZB, huurbelasting voor niet-inwoners en lokale KVB bij verkoop.
Structuur 2 — Nederlandse BV›
NL vastgoed: BV betaalt Vpb over huurwinst (19%/25,8%) en over de verkoopwinst (stille reserve). Daarna Box 2 bij dividenduitkering (24,5%/31%).

Buitenlands vastgoed in NL BV: de objectvrijstelling (art. 15e Vpb) stelt buitenlandse vastgoedresultaten vrij in de NL Vpb. De BV betaalt dan lokale belasting over huur (niet-ingezetenen tarief) en lokale KVB bij verkoop. Bij uitkering aan de DGA: normaal Box 2.

Per saldo: buitenlands vastgoed in een NL BV = lokale belastingdruk + Box 2, zonder NL Vpb.
Structuur 3 — Lokale entiteit (SL, SCI, Srl, GmbH, Lda)›
Een vennootschap opgericht in het land van het vastgoed:

LandRechtsvormLokale VpbBronbelasting div.
🇪🇸 SpanjeS.L.25%15%
🇫🇷 FrankrijkSARL (of SCI*)25%15%
🇮🇹 ItaliëS.r.l.24% + 3,9% Irap15%
🇦🇹 OostenrijkGmbH23%15%
🇵🇹 PortugalLda.21%15%

Mechanisme: lokale Vpb over huurwinst en verkoopwinst → dividend naar NL met bronbelasting (15% onder verdrag) → Box 2 in NL met verrekening van de bronbelasting.

* SCI (Frankrijk): standaard fiscaal transparant. Bij Frankrijk biedt de tool een aparte SCI-keuze (default): de rekenkern belast de winst dan direct bij de aandeelhouder tegen de lokale IB-tarieven en de exit tegen de persoonlijke KVB — zónder Box 2 of bronbelasting, mét entiteitskosten. De SARL-optie modelleert de opaque route (Franse IS + bronbelasting + Box 2). De SCI-modellering blijft een benadering op hoofdlijnen.

Wanneer zinvol: zelden puur fiscaal. Wel bij lokale financieringsvoordelen, aansprakelijkheidsafscherming, meerdere panden lokaal, of estate planning.
🇪🇸 Spanje — details›
IBI: jaarlijkse gemeentelijke OZB, 0,4–1,1% van de valor catastral (doorgaans veel lager dan marktwaarde).
Huur (niet-ingezetene EU): 19% over netto huurinkomsten (kosten aftrekbaar voor EU-burgers).
KVB: progressief 19% (t/m €6k) / 21% (€6k–€50k) / 23% (boven €50k). Plus gemeentelijke plusvalía.
Transfer tax (ITP): 6–10% afhankelijk van regio.
Vermogensbelasting: boven ~€700k per persoon kan Spaanse wealth tax spelen (regio-afhankelijk).
🇫🇷 Frankrijk — details›
Taxe foncière: jaarlijkse OZB, sterk gemeente-afhankelijk (typisch €800–€3.000 voor een vakantiewoning).
Huur (niet-ingezetene): minimaal 20% IB + 17,2% sociale heffingen = 37,2% effectief over netto huur.
KVB: 19% IB + 17,2% social = 36,2%, met taper relief: IB-deel vrijgesteld na 22 jaar, sociale deel na 30 jaar.
Transfer tax: ~7,5% (bestaande bouw).
IFI: Franse vermogensbelasting op vastgoed boven €1,3M netto.
🇮🇹 Italië — details›
IMU: (rendita catastale × 1,05 × 160) × gemeentelijk tarief (0,46–1,06%).
Cedolare secca: flat tax op bruto huur: 21% (1e pand), 26% (2e pand, v.a. 2026). Vervangt IRPEF.
KVB: 26% bij verkoop binnen 5 jaar; 0% na 5 jaar bezit.
Transfer tax: 9% over kadastrale waarde (tweede woning).
TARI: afvalstoffenheffing €300–900/jaar.
🇦🇹 Oostenrijk — details›
Grundsteuer: jaarlijkse OZB, relatief laag (0,1–0,2% van de Einheitswert, die ver onder marktwaarde ligt).
Huur (niet-ingezetene): progressieve IB tot 55%; voor bescheiden huurinkomsten effectief ~25–35%. Deze tool gebruikt een instelbaar vlak tarief (default 30%).
ImmoESt (KVB): 30% vast op vastgoedwinst.
Transfer tax: 3,5% + 1,1% registratie = 4,6%.
Let op: in populaire regio's (Tirol, Salzburg) gelden restricties op tweede woningen (Zweitwohnsitz).
🇵🇹 Portugal — details›
IMI: jaarlijkse OZB 0,3–0,45% (stedelijk) van de belastingwaarde (VPT).
Huur (niet-ingezetene): 28% flat over netto huurinkomsten (25% bij langetermijnverhuur onder voorwaarden).
KVB: 28% over de winst voor niet-inwoners (sinds 2023 over 50% van de winst bij EU-inwoners — check actuele stand).
IMT (transfer tax): progressief tot ~7,5%; tweede woning boven €1M: 7,5%.
AIMI: aanvullende vermogensbelasting op vastgoed boven €600k per persoon.
⚠️ Wat valt buiten dit model?›
Dit is een vereenvoudigd vergelijkingsmodel. Buiten scope vallen:
  • Holdingstructuren (holding → werk-BV → vastgoed-BV) en de deelnemingsvrijstelling
  • Share deals: verkoop van aandelen i.p.v. het pand (o.a. art. 4 WBR vastgoedvennootschappen)
  • Leningen DGA ↔ BV en excessief lenen (art. 4.14a IB)
  • Renteaftrekbeperkingen: earnings-stripping (ATAD), art. 10a Vpb
  • CFC-regels en substance-eisen bij buitenlandse entiteiten
  • Lokale afschrijving in buitenlandse grondslagen (per land verschillend)
  • Erfrecht en schenking: lokale successierechten op buitenlands vastgoed
  • Vermogensbelastingen: Spaanse wealth tax, Franse IFI, Portugese AIMI (wel benoemd in landdetails)

Voor deze onderwerpen: raadpleeg een fiscalist in beide landen.
Verdragswerking NL — buitenland›
Alle behandelde landen hebben een belastingverdrag met Nederland dat het heffingsrecht over onroerend goed toewijst aan het situsland (waar het pand staat).

Privé: NL verleent vrijstelling met progressievoorbehoud in Box 3 (aftrek elders belast). Effectief: alleen lokale belasting.

NL BV: objectvrijstelling in de Vpb — buitenlandse vastgoedresultaten zijn vrijgesteld. Alleen lokale heffing + Box 2 bij uitkering.

Lokale entiteit: lokale Vpb, daarna 15% bronbelasting op dividend (verdragstarief), verrekenbaar met NL Box 2.

⚠️ Deze tool is een modelmatige benadering. Verdragsdetails, lokale uitzonderingen en antimisbruikbepalingen vereisen advies van een fiscalist in beide landen.
⚠️ Disclaimer

Deze tool is een beslisondersteunend rekenmodel en vormt géén fiscaal, juridisch of beleggingsadvies. De uitkomsten zijn gebaseerd op vereenvoudigde modelaannames (zie het aannames-blok bij de resultaten) en op fiscale parameters met peildatum: Nederland — voorlopige aanslag 2026 (Box 3: 6,00% bezittingen, 2,70% schulden, heffingsvrij €59.357 p.p., bijtelling eigen gebruik 5,06% WOZ, OVB woningen 8,0% / niet-woningen 10,4%); buitenlandse tarieven — indicatieve stand augustus 2026. Wetgeving wijzigt regelmatig; het voorgestelde Box 3-stelsel (werkelijk rendement) is nog niet definitief.

Box 3 werkelijk rendement en vastgoed: onroerende zaken vallen in het voorstel onder de vermogenswinstvariant. De waardestijging wordt daarom niet jaarlijks belast, maar pas bij verkoop. Jaarlijks belast zijn de netto huurinkomsten en de bijtelling eigen gebruik, verminderd met rente en vrijstelling; een negatief saldo wordt als verlies voorwaarts verrekend met latere jaren en met de verkoopwinst. Bij de exit rekent het model de vermogenswinst af over de verkoopopbrengst na aftrek van de verkoopkosten minus de aankoopprijs. Verkoopkosten verlagen in dit model dus de belastbare winst; de definitieve wettelijke behandeling hiervan kan afwijken. Buitenlandse defaults (IBI, taxe foncière, IMU, cedolare, ImmoESt, IMI e.d.) zijn indicatieve middenwaarden die per gemeente, regio en persoonlijke situatie verschillen.

Raadpleeg vóór iedere beslissing een fiscalist — bij buitenlands vastgoed bij voorkeur in beide landen. Aan deze tool kunnen geen rechten worden ontleend. Versie: v10.