Vergelijker pensioenroutes voor de DGA (gelijke netto-opoffering)

Wat levert hetzelfde bedrag opzijgezet netto op via een lijfrente, opgepot in de BV, of belegd in Box 3? Alles doorgerekend tot netto besteedbaar op je opnameleeftijd.

Algemeen
Kies je eenheid. Netto privé = wat het je uit eigen zak kost; bruto = het loon/winst-bedrag vóór belasting. De tool rekent per route terug naar de principal.
Direct rendement = rente/dividend/huur. De splitsing telt mee voor Box 3 (werkelijk rendement) en de Vpb-drag.

Lijfrente

Overig inkomen (AOW, ander pensioen) vult eerst de lage schijf; de lijfrente wordt daar bovenop progressief belast.
Ná AOW vervalt de AOW-premie, dus de eerste schijf is ~19% i.p.v. ~37%. Daar zit je tariefarbitrage. Zet beide tarieven gelijk voor één vlak tarief.
Over de lijfrente-uitkering geldt een inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage (2026 ~4,85%), maar slechts tot het maximumbijdrage-inkomen (€79.409). Op 0% laten negeert het.
Inleg boven de ruimte gaat naar de Box 3-behandeling (geen aftrek).
Jaarruimte uitrekenen
Voor de DGA: je gebruikelijk loon — niet dividend of BV-winst.
Nul als je geen werkgeverspensioen opbouwt (na uitfasering PEB meestal het geval).
Parameters 2026: 30% × (inkomen − franchise €19.172) − 6,27 × factor A. Inkomen afgetopt op €137.800; max jaarruimte €35.589. Controleer je exacte getal in de rekenhulp van de Belastingdienst.

BV (oppotten)

Vpb wordt progressief geheven over de jaarwinst (direct rendement + gerealiseerde koerswinst): 19% tot €200k, 25,8% daarboven. Inleg-Vpb: winst die je niet als loon uitkeert blijft in de BV en is dus Vpb-belast; op €0 zetten als je de inleg al als gestort kapitaal beschouwt.
Verdubbelt met fiscaal partner. Uitkeren wordt gespreid over de opnamejaren, zodat de lage schijf elk jaar opnieuw wordt benut.
Komt belastingvrij terug bij uitkering. Opgepotte winst telt hier niet mee — dat is volledig Box 2-dividend. Alleen écht gestort kapitaal of agio invullen.

Box 3

Zet het heffingsvrij vermogen op €0 als je je vrijstelling al met ander Box 3-vermogen benut — anders wordt deze route te gunstig.
Vanaf 2028: 36% over de werkelijke aanwas (waardegroei + direct rendement), na aftrek heffingsvrij resultaat. Daarvóór forfaitair. Let op: het stelsel vanaf 2028 is nog concept-wetgeving en niet definitief.

Totaal netto besteedbaar — opname vanaf leeftijd 67

Potwaarde door opbouw- en opnamefase

De lijnen tonen de potwaarde (vóór heffing), niet de netto uitkeringsstroom. Tijdens de opname varieert het netto besteedbare bedrag per jaar licht; voor het totaal maakt dat niet uit.

Vergelijkingstabel

Waar gaat je belasting naartoe?

Totale heffing = alle Vpb, Box 1, Box 2, Box 3 en Zvw over de hele looptijd (nominaal). Netto rendement = netto opname minus je totale netto-inleg. Effectieve druk = heffing als aandeel van het brutoresultaat (heffing + netto opname).

Aannames & methodiek

Eenheid. Je kiest of het invoerbedrag netto privé is (wat het je uit eigen zak kost) of bruto vóór belasting (loon/winst-equivalent). De tool rekent het andere af via je Box 1-tarief nu, en zet per route evenveel opoffering in.

Uitkeringsfase — jaar voor jaar. Op de opnameleeftijd wordt de pot niet in één klap afgerekend. De pot groeit door tijdens de opname; elk jaar wordt een (annuïteit-)bedrag onttrokken en pas dán belast. De lijfrente groeit belastingvrij door en wordt per uitkering progressief in Box 1 belast: je overige inkomen (AOW e.d.) vult eerst de lage schijf (~19% ná AOW), de lijfrente daarbovenop tegen het hoge tarief; plus Zvw tot het maximumbijdrage-inkomen. De BV wordt gespreid als dividend uitgekeerd, zodat de lage Box 2-schijf (24,5% tot €68.843 p.p.) elk jaar opnieuw wordt benut.

Lijfrente — twee framings naast elkaar. Beide gaan uit van dezelfde opoffering. Het deel van de inleg dat boven de jaarruimte uitkomt, is niet aftrekbaar en wordt privé in Box 3 belegd (gaat dus niet verloren).
Gelijke netto-kosten: omdat de inleg aftrekbaar is, levert C netto een aftrekbare inleg van C/(1−tarief nu) op — gemaximeerd op de jaarruimte, restnetto naar Box 3.
Bruto-inleg + teruggave herbeleggen: je legt nominaal hetzelfde in als in Box 3, de teruggave én het niet-aftrekbare meerdere gaan naar een Box 3-zijpotje.

BV — vereenvoudigd model. Het bruto-equivalent blijft als winst in de BV, inleg-Vpb erop. De Vpb wordt progressief geheven (19% tot €200k jaarwinst, 25,8% daarboven) over het directe rendement én de gerealiseerde koerswinst. De koerswinst zelf is uitgesteld en wordt pas bij realisatie (verkoop tijdens de opname) belast — conform goed koopmansgebruik voor een buy-and-hold effectenportefeuille. Vastgoed, obligaties, beleggingsfondsen of derivaten kunnen onder andere waarderingsregels vallen en eerder belast worden. De uitkering is volledig Box 2-dividend: opgepotte winst is geen gestort kapitaal. Alleen écht formeel gestort kapitaal/agio (apart in te vullen) komt belastingvrij terug. Box 2 wordt gespreid per jaar zodat de lage schijf telkens wordt benut.

Box 3. C wordt privé belegd. T/m 2027 forfaitair (peildatum 1 januari, forfait × tarief boven het heffingsvrij vermogen), vanaf 2028 het werkelijk-rendementstelsel (tarief over de jaarlijkse aanwas na heffingsvrij resultaat). Onttrekkingen zijn onbelast (al belast tijdens opbouw/opname).

Vereenvoudigingen. Nominaal (geen inflatiecorrectie). De annuïteit is benaderd op een vast netto-groeitempo, waardoor de netto uitkering per jaar licht varieert. De Box 1-uitkering wordt met twee schijven benaderd; werkelijke schijven, heffingskortingen en ouderenkorting-afbouw zijn niet exact gemodelleerd. Heffingsvrij vermogen en heffingsvrij resultaat worden per route apart toegepast (zet het heffingsvrij vermogen op €0 als je het elders al benut). Geen modellering van de schuldendrempel of de Wet excessief lenen (€500k). Controleer uitkomsten tegen je eigen berekening.

Indicatieve rekentool, geen fiscaal of financieel advies. Fiscale parameters zijn standaarden voor 2026 en zelf aanpasbaar — controleer ze per jaar. Werkelijke uitkomsten hangen af van je persoonlijke situatie en wetswijzigingen (Box 3-stelsel 2028, tarieven).